Stichting Het Groninger Landschap en Stichting Het Drentse Landschap hebben bevers geherintroduceerd in het Hunzedal. De belangrijkste reden hiervoor is dat bevers een belangrijke bijdrage leveren aan het ontstaan van een natuurlijk beekdal.
Natuurontwikkeling
Met de natuurontwikkelingsprojecten langs de Hunze en het Zuidlaardermeer krijgt de beek veel van haar natuurlijke aanzien terug. De variatie in milieuomstandigheden en daarmee de soortenrijkdom langs de beek wordt vergroot.
Bevers en laaglandbeken
In laaglandbeken hebben bevers een belangrijke rol als natuurlijke oeverbeheerders. Bevers versterken door hun gedrag de variatie in het gebied. Als liefhebbers van waterplanten, zwemmende grazers, helpen ze mee dichtgroeien van het water te vertragen en variatie in de oeverbegroeiing te krijgen. Waar bevers takken in het water trekken ontstaan schuilplaatsen waar veel meer dieren zoals jonge vissen, libellenlarven en allerlei waterinsecten een plek vinden. Door het omknagen van bomen ontstaan obstakels in de beek waardoor variatie in stroomsnelheid op kan treden. Dit stimuleert een actievere vormende invloed van het stromende water in de beek. De beekloop wordt hierdoor meer gevarieerd. Ook helpen de bevers met het snoeien van bomen en struiken waardoor de karakteristieke openheid beter behouden blijft.


Foto Natura / Flip de Nooyer
Herintroductie
Herintroductie van de bever is dan ook van groot belang om de natuurontwikkeling van de Hunze te versterken. Daarnaast draagt de bever op een aantrekkelijke manier bij aan vergroting van de belevingswaarde van het gebied voor de mens. Uit een haalbaarheidsstudie uit 2004 blijkt dat het Hunzegebied uitstekend voldoet als leefgebied voor bevers. Bovendien is er vanuit het Hunze een goed perspectief om ook de andere Noord-Drentse en Groningse beekdalen te koloniseren. Stichting Het Drentse Landschap en Het Groninger Landschap zijn vanaf 2008 bezig met de herintroductie van bevers in het dal van de Hunze.