Bevers in de Hunze

Familiedier

Leefgebied
Een beverfamilie heeft haar eigen leefgebied. Het territorium wordt regelmatig gemarkeerd met geurmerken. Binnen het gebied leggen de dieren vaak meerdere burchten of holen aan.
Een beverpaartje leeft vaak hun hele leven bij elkaar. De oudste jongen helpen bij de verzorging van de jongere. Jongen ouder dan twee jaar en net geslachtsrijp, worden door de ouders uit het territorium gejaagd om nieuw leefgebied op te zoeken.


Foto Natura / Roel Hoeve

De jongen
De dieren paren in de winter. Na ruim honderd dagen worden in mei of juni de jongen geboren. Een beverpaartje krijgt meestal twee tot hooguit vier jongen per jaar. Bij de geboorte wegen ze ruim een halve kilo. Pasgeboren bevertjes hebben al een dichte pels en open ogen. In de loop van de lente komen ze naar buiten. Moeder bever verplaatst de jongen soms in haar voorpoten en waakt er voor dat ze niet direct te ver weg zwemmen. De jongen zijn zes tot acht weken afhankelijk van de moedermelk. Bevermelk is dubbel zo voedzaam als koemelk. De jongen groeien dan ook hard en beginnen na vier weken mee te eten van de door hun moeder verstrekte moerassalade bestaande uit wortels en de meest voedzame delen van grassen en kruiden. Bevertjes kunnen direct zwemmen maar het duiken moet ze aangeleerd worden door de moeder.

Risico's van het jonge bestaan
Gezond groter groeien in een beverfamilie is geen vanzelfsprekendheid. De sterfte onder jonge bevers in de vrije natuur is hoog. Het is vrij normaal dat meer dan de helft van alle geboren jongen de volwassenheid niet halen. Jonge bevers zijn kwetsbaar voor predatie door roofdieren waaronder zelfs snoeken. Ook hebben veel dieren moeite met de overschakeling van moedermelk op vast voedsel.